Gij zult niemand teleurstellen

Ergens mid jaren 80 kreeg ik voor mijn verjaardag van mijn oudere broer een cadeau. Met grote ogen zat hij er bovenop terwijl ik het uitpakte. Hij bespoedigde de boel door het inpakpapier er voor mij af te scheuren. Het bleken singletjes te zijn. Van de punkband Madness. Stralend greep hij ze uit mijn handen en legde ze op de platenspeler. Te gek, hè!, riep hij, over het gedreun uit de boxen heen. Zijn enthousiasme vulde de hele kamer.

Zelf kreeg ik een raar soort buikpijn. Veel liever had ik een singletje van Wham gehad. Ik was 12 en hevig verliefd op George Michael. Ik had niks met punk. Maar dat kon ik onmogelijk laten blijken. Daarmee zou ik hem vast vreselijk teleurstellen. Inslikken dus maar. Ik probeerde zo blij mogelijk te lijken met zijn cadeau. Alles om hem maar geen rotgevoel te bezorgen. Hij danste intussen uitgelaten en nietsvermoedend om me heen.

Nog lang daarna voelde ik bij het horen van de inleidende blazers van dat Madness-nummer hoe mijn maag zich samentrok.

Anno nu kom ik ‘m nóg tegen. De zware dreiging van de teleurstelling. En – niet onbelangrijk – van de potentiële consequenties ervan.

Zo besloot ik een paar jaar terug te willen stoppen met een vriendschap waar het leven uitgelopen was. Het sudderde al tijden. Dat had ik laten gebeuren. Puur en alleen omdat het alternatief, het contact verbreken, in mijn ogen nauwelijks een optie was. Of in elk geval een helse optie.

Mijn gevoel knaagde na verloop van tijd zo erg dat ik er niet langer voor weg kon lopen. Ik moest het gaan zeggen. Met een droge keel en een idioot bonkend hart stapte ik bij haar naar binnen. Nu was het moment.

Nog geen twee stappen over de drempel of zij brandde los. Een paar weken daarvoor had haar beste vriendin de vriendschap vaarwel gezegd. Een drama, vertelde ze. Mijn hart zonk. Nu kon ik het haar onmogelijk zeggen. Inslikken maar. Ik luisterde en ging onverrichter zake huiswaarts. Het sudderen duurde voort.

Als sensitieveling sta je onbewust voor de keuze: de ander zeer doen of toch zelf de klap maar opvangen. Als vanzelf doe je het laatste. Tot het niet meer gaat.

Interessant is wel dat de veronderstelling dat je die ander zou moeten beschermen tegen nare gevoelens aan alle kanten rammelt. Wie zegt dat die zich daar zo rot door zal voelen als jij vermoedt, en, wie zegt dat die daar niet mee om kan gaan. Wie heeft jou daar trouwens verantwoordelijk voor gemaakt. Bovendien, wie zegt dat je die ander daarmee een dienst bewijst?

Het wrange is dat je bij het zelfopgelegde gebod Gij zult niemand teleurstellen een persoon over het hoofd ziet. Een best belangrijk iemand. Die bewijs je er zeker geen dienst mee.

Inmiddels zit ik op een ander spoor. Nu ik me stellig heb voorgenomen om mezelf zo vaak mogelijk zo goed mogelijk te voelen, moest ik ook hier iets in veranderen. Practice what you preach enzo. Op de schop ermee dus.

Ik ben gestopt met mezelf teleurstellen. Laat ik me maar met mijn eigen gevoel bezig houden. Dat, en dat alleen, is mijn pakkie an.

Deel en heers!

Reageer

Je e-mailadres zal niet gepubliceerd worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd. *

Gerelateerde artikelen