Uit de as herrezen – deel 1

Gezeten tussen de opgestapelde verhuisdozen in een koude, vochtige stacaravan drong het pas goed tot me door. Mijn leven lag in puin. Het was februari 2013.

Na twee jaar in de ziektewet door een burn-out had ik een dermate grote hypotheekachterstand, dat ik mijn koophuis had moeten verlaten. De ziektewetuitkering stopte gelijktijdig met de verkoop van het huis. Met een aardige schuld, zonder een rooie cent en zonder werk begon ik aan de volgende fase van mijn leven. Ik was nog geen week verhuisd of twee van mijn beste vrienden zeiden me vaarwel. Ik onderging het afscheid gelaten. Dat kon er ook nog wel bij. When it rains, it pours.

Met meer spullen dan oppervlakte werd het in de 25 vierkante meter tellende caravan noodgedwongen downsizen. Wat ik niet kwijt kon verkocht ik, ging naar de kringloop of de vuilstort. Het werd er best overzichtelijk van. Al snel vond ik een klein baantje en kon ik weer wennen aan werk. De eerste maanden huur kon ik betalen van een welkome belastingteruggave.

Het was een beetje afzien in deze kleine hut. Er was geen riolering, geen centrale verwarming en ’s nachts werd het er binnen net zo koud als buiten. Al wolkjes blazend maakte ik ’s ochtends de houtkachel aan om als een speer terug naar bed te gaan om daar lekker warm te ontbijten. Als de kachel na anderhalf uur de boel genoeg had opgewarmd, kon de dag beginnen.

Teruggeworpen op mezelf ontdekte ik hoe tevreden je kunt zijn met heel weinig. Met de zon door de ramen en een warme kop thee genoot ik van de eekhoorn die door de torenhoge spar voor mijn raam schoot. Nooit eerder in mijn volwassen leven had ik een tuin gehad. Toen het voorjaar kwam was de rust en ruimte van deze plek en al het groen om mij heen een verademing. En een ontdekking. Ik wist dat ik nooit meer zonder een tuin zou willen.

Ik vond nieuwe opdrachtgevers als zelfstandige en won geleidelijk mijn plekje terug. Met de bank werd een afbetalingsregeling afgesproken voor de restschuld. Van mijn lieve familie en vrienden kreeg ik tasjes met boodschappen en geld toegestopt en ik kon altijd aanschuiven voor een warm maaltje. De chocolaatjes die je in cafés bij de koffie kreeg, bewaarde ik, zodat er altijd iets lekkers in huis was.

Na een paar maanden functioneerde ik in mijn werk weer helemaal. Ook zat ik steeds beter in mijn vel. De depressies die me jarenlang periodiek bezochten, waren zo goed als verdwenen. Op een dag constateerde ik dat ik simpelweg weer gelukkig was.

Exact twee jaar nadat ik op het kamp was komen wonen, kreeg ik de kans om te verhuizen naar een chalet amper 300 meter verderop. Een nieuwgebouwd, goed geïsoleerd huisje met centrale verwarming en wederom een grote tuin. En het was 45 vierkante meter groot. Een oase van ruimte vergeleken met de caravan.

Op deze plek ging het leven pas echt weer stromen. Ik had eindelijk het gevoel na jaren van overleven, weer te leven. Het maakte me godsgruwelijk gelukkig. Financieel ging het stapje voor stapje meer voor de wind, waardoor er weer dingen konden. Niet alleen had ik geld voor de basale levensbehoeften, maar ook kon ik weer eens nieuwe kleren kopen en een biertje drinken in de kroeg. Vakantie zat er dat eerste jaar in het chalet nog niet in, maar ik kon mezelf sussen met de gedachte dat ik in deze groene en rustige omgeving altijd een vakantiegevoel had.

In het tweede jaar daar, voorjaar 2016, kreeg ik van vriendin M. een boek te leen. Dit boek – Het Boek van Overvloed – veranderde alles.

/ / / / / / /

Lees morgen het vervolg…

/ / / / / / /

Photo by Zac Frith from Pexels

Gerelateerde artikelen