Plat

“Moet je niet even je vriendinnen bellen?”, vraagt mijn moeder. Ik zeg dat ik moe ben en het later wel doe. “Maar zij willen toch even weten het met je gaat”, houdt ze aan. Ja, natuurlijk. Ze heeft gelijk.

Ik ben net thuis na een operatie. Rechtop zitten is al vermoeiend. De narcose heeft erin gehakt. Aan mijn arm hangt een klomp gips. Van kootjes tot oksel. Het onhandige gevaarte voelt als een loodzwaar kind dat zich aan me heeft vastgeklampt en overal mee naar toe wil. Zelfs naar het toilet.

Nú bellen zou inhouden dat het puur is vanuit een soort hoe het hoort, omdat je dat nou eenmaal doet. De vraag doemt op voor wie ik dat dan zou doen. Niet voor mijzelf, mijn behoefte ligt nu even elders. Ik zou het alleen doen voor de ander. Het zou zwaar indruisen tegen mijn fysieke gesteldheid.

Ook de berichtjes op mijn telefoon stapelen zich op. Nu ik tijdelijk alleen mijn linkerhand heb om te typen, is een appje sturen ineens een tijdverslindende opgave. Ik kies ervoor om het in hapjes te doen. Er elke dag een paar te beantwoorden.

Ik probeer geen druk te ervaren. Me niet bezwaard te voelen naar de mensen die al dagen of zelfs al een week geleden via een bericht naar mijn herstel hebben geïnformeerd. Ik waardeer het zo, die aandacht en lieve wensen. Maar het lijf wil horizontaal. Heel even de ogen dicht. Even alleen maar ademen. Even niets.

Ik geef er maar aan toe. De klomp en ik gaan nog even plat. Ik kom vanzelf weer bovendrijven.

//

Fotocredits: pexels.com

Deel en heers!

Reageer

Je e-mailadres zal niet gepubliceerd worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd. *

Gerelateerde artikelen